Kerst hond

 

De hond die niet van kerst hield

Eind december is voor velen de mooiste tijd van het jaar, maar niet voor Bailey, want hij houdt niet van kerst. Het begint altijd met de kerstboom. Op zomaar een zondagmiddag, begin december, loopt De Familie gezamenlijk naar boven om even later terug te keren met De Doos. In deze doos, zo weet Bailey uit ervaring, zit een plastic boom. De Familie zet die boom in de woonkamer neer, precies op de plek van zijn mandje, en hangt er allerlei spullen in. Beteuterd kijkt Bailey naar de plek waar zijn mandje stond. Waar moet hij nu slapen?

Vervolgens roept de Jongen: ‘Zullen we naar de supermarkt gaan? We moeten kerstkransjes kopen!’ Het Meisje reageert dan steevast met: ‘Hopelijk hebben ze die honden-kerstkoekjes ook weer, die zijn zo grappig!’

‘Vieze kerstkoekjes,’ denkt Bailey. Hij wordt nu al misselijk als hij denkt aan de ‘rundvleessmaak’ van die melige bruine dingen.

Helaas voor Bailey viert niet alleen zijn familie kerst. De hele buurt lijkt geïnfecteerd te zijn met het kerstvirus. Bailey’s vaste looprondje is hierdoor niet langer veilig. Dit komt niet alleen door alle verlichting in de tuinen – probeer maar eens te plassen tegen een lichtgevend rendier, dat leer je al snel af – maar vooral door Tijger, die pestkat van de buren. Hij vindt het veel te leuk om zich achter een lichtgevende kerstman te verstoppen en Bailey te laten schrikken. Hij kiest telkens een andere voortuin, zodat Bailey nooit weet wanneer Tijger tevoorschijn komt.

Vanochtend was het weer zover. Hij liep met Het Meisje zijn vaste rondje. Bailey had net zo’n vies koekje gekregen, die hij angstvallig verborgen hield in zijn bek. We moeten zo snel mogelijk naar het grasveldje, denkt Bailey, dan kan ik daar het koekje begraven. Maar helaas heeft hij die plek niet op tijd kunnen bereiken. Ze waren nog amper de straat uit toen Tijger ineens tevoorschijn sprong. Waah, riep Bailey uit, waarbij hij per ongeluk zijn koekje doorslikte. ‘Rotbeest, onverlaat!’ blafte Bailey naar de kat, terwijl Het Meisje hem meetrok. ‘Kom maar Bailey, dat was schrikken he’, probeerde ze hem te kalmeren. ‘Hier heb je een koekje voor de schrik’.

Nee hè. Hopelijk wordt alles snel weer normaal, denkt Bailey bedroefd.

Kerst hond

 

Het is kerstavond. Bailey ligt achter het aquarium, het enige kerst-vrije stukje in huis. Je ziet zijn staart er nog net achter vandaan komen. Terwijl Bailey bidt dat de kerstdagen snel voorbij zijn, zodat die plastic boom verdwijnt en hij zijn mandje weer terugkrijgt, geeft De Familie elkaar cadeautjes. Ineens roepen ze hem.

‘Bailey! De kerstman heeft iets voor je meegebracht. Kom gauw kijken!’

Voorzichtig komt hij achter zijn schuilplaats vandaan. Hij heeft nog nooit iets met kerst gekregen, behalve die vieze koekjes.

Hij kijkt naar De Familie. Er staat een groot pakket in de woonkamer. ‘Kijk Bailey’, zegt Het Vrouwtje terwijl ze het papier van een groot pakket afscheurt. Er komt een bruin voorwerp tevoorschijn. ‘Een nieuw mandje!’ zegt Het Vrouwtje tegen Bailey. ‘Is dat niet lief van de kerstman? Kom maar Bailey, kom het mandje maar uitproberen.’

Nog een beetje argwanend loopt Bailey naar het mandje toe. Zou er stiekem zo’n koekje in liggen? Of zou Tijger ineens tevoorschijn komen? Hij vertrouwt het nog niet helemaal. De Familie moedigt hem aan. ‘Ga maar liggen Bailey.’

Hij snuffelt aan het mandje. Hij ruikt niks geks. Met een pootje voelt hij eraan. Lekker zacht, denkt hij. ‘Toe dan, Bailey’, zegt De Familie weer. ‘Kom gezellig bij ons liggen.’

Bailey besluit er toch maar voor te gaan. Zo, dat ligt eigenlijk wel heel fijn. ‘Geef hem ook eens wat lekkers’ roept het Mannetje. ‘Maar de koekjes zijn op’ reageert het Vrouwtje. ‘Geef hem dan maar zo’n nieuwe kluif, die met kip eromheen.’

Terwijl De Familie een kerstfilm kijkt, ligt Bailey comfortabel in zijn nieuwe mandje met een heerlijke verse kluif. Kerst is de mooiste dag van het jaar, denkt hij tevreden.

Kerst hond